HET ABC VAN FAIM FATALE


A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - M - L - M - N - O - P - R - S - T - U - V - W- X - Y - Z 


A


*Frans: “Topinambour” – afgeleid van Tupinambas, een Braziliaanse stam; Engels: “Jerusalem artichoke” – Engelse vervorming van girasole, Italiaans voor zonnebloem (waarvan de plant familie is). Nederlands: aardpeer, peer in de aarde. Gelukkig zijn we in de keuken wel creatief.


*Iedereen die zonder voorkennis voor de eerste maal een kalfslapje alla Milanese bestelt, vraagt zich af waarom er een Wiener schnitzel in zijn/haar bord ligt. Het paneer-principe werd door de Oostenrijkse garnizoenen in Italië geïmporteerd en nadien gaf zowat elke Italiaanse stad zijn naam aan het gerecht. Zullen we het dan maar Wiener à la Gantoise noemen?


* In de christelijke iconografie is de amandel het symbool van de reinheid van de maagd Maria. Het eten van amandelen vermindert de zin in zoete tussendoortjes. Een mens die meer dan 15 bittere amandelen naar binnen smikkelt, kan daaraan sterven. En plots begrijpen we niet meer waarom die keelklier dezelfde naam heeft gekregen.

 

* Zeevissers zijn van oudsher cosmopolieten, hun internationale kameraadschappelijkheden hebben zich ingeschreven in onze visnamen. De Nederlandse haring werd de Franse hareng en de Engels herring. Ansjovis is afgeleid van het Spaans anchoa(s), maar dat verkoopt moeilijk op de markt. Viswijf zijnde hadden we daar ook snel een vis aan toegevoegd.

* Arancini worden gemaakt in Trapani en Palermo, om de redding van een zware hongersnood te herdenken in 1646. Toen op de naamdag van de heilige Lucia van Syracuse (13 december) eindelijk een schip aankwam met graan. Daarom eten Sicilianen die dag geen pasta of brood.


* Op de Antillen werd avocado gemixt met alcohol. Hollandse schippers vonden die gele cocktail erg lekker en brachten hem mee naar huis. De havencafébazen merkten het succes van de drank op, maar vonden toen nog geen avocado’s in de AH. Ze bricoleerden iets met eigeel en “Advocaat”, zoals wij die kennen, was geboren. Hup, naar de Antillen voor het echte recept!


B


* Zeg niet te gauw ‘t is weer een vrouw. Kokkesse Clémence Lefeuvre was er met haar gedachten even niet bij toen ze béarnaise wilde maken en dragon en eigeel vergat toe te voegen. De “beurre-blanc” die ze zo verkreeg paste niet echt bij een brochette maar smaakte wonderwel bij vis. De markies van Goulain, voor wie ze kookte, woonde gelukkig aan de oevers van de visrijke Loire. Niemand weet nog waarom Clémence die dag zo verstrooid was.


* Bisque, soep van garnaal, krab, kreeft  of andere schaaldieren, is afgeleid van bis-cuite, tweemaal gekookt om veel smaak uit die krokante dieren te krijgen. Etymologisch verwant aan biscuit, twee of meermaals gebakken om deeg krokant te maken. Cuire, dat is koken én bakken, rare Franzen die Fransen.


* Bockworst is een is een Duitse worst van fijne kalfs- en rundswaren, oorspronkelijk geserveerd bij een bockbier. Voor de feestdagen laten we voor 1 keer een Duits ingrediënt onze lunch binnensluipen. Het bier niet, we gaan nu ook niet overdrijven.


* De Bouchot mossel, de enige ter wereld met een Appellation d’Origine Contrôlée, werd geboren in Frankrijk toen een Schotse drenkeling zeevogels probeerde te vangen door een net tussen twee houten palen te spannen. Bleek dat er meer mossels in kweekten dan er vogels in vlogen. Er moet niet altijd over nagedacht zijn, nietwaar?


* Dit gerecht der armen, gemaakt van de restjes die de vissers niet verkocht kregen, werd door de Oude Grieken naar Frankrijk gebracht toen ze Marseille oprichtten. Bouillabaisse zou een samenstelling zijn van “bouillir”, koken en “abaisser”, temperen. Zeer Grieks klinkt dat toch niet. είναι ωραίο !


* Om de noordelijke kabeljauwen eetbaar tot in Zuid-Franse havensteden te krijgen, werden ze bewaard in zout uit de dode waters van Aigues-Mortes. Iets eetbaars verwerd vervolgens iets lekkers door middel van een brandade, gezouten kabeljauw geroerd – brandado in de langue d’oc – met onder andere olijfolie. Langue d’oc betekent zoveel als de “taal van ja”. Wijn: JA, Vis: JA, Strand: JA, Zon: JA… Gaan we dan bijna verhuizen ja?


* Buffelmozarella is gemaakt van buffelmelk. Dat klinkt logisch, een buffel melken, dat klinkt minder logisch. Die psychologisch fragiele beesten zouden al duizenden jaren over de Italiaanse heuvels lopen. Hoewel er in de Verenigde Staten ook veel buffels lopen is er daar nog niemand in geslaagd de überlekkere half vloeiende – half vaste kaas te maken die de Italianen exporteren. Simpel kan soms moeilijk zijn.

 

* Bulgur is een oud graan, de Chinezen aten het 5.000 jaar geleden al en de Romeinen noemden het Cerealis, naar de godin van de oogst Ceres. Bulgur is dus zowat de moeder van alle cereals. Het wordt na de oogst gekookt, gedroogd en gekraakt en zou het eerste voedsel zijn waarmee de mens iets deed alvorens het op te eten. Met bulgur eet u de ontdekking van de kookkunst, smakelijk.


* Bulgur is graan dat gestoomd, gedroogd en daarna gebroken wordt. Meestal is dat durum, het hardste graan ter wereld. Alle harde pasta’s zijn van dat graan gemaakt, een cadeau van de Arabieren aan de latere Italianen. Of hoe bewaringsnoden culinaire deugden worden.


* Even dachten we dat de butternut squash, zoals deze pompoenachtige in het Engels wordt genoemd, zijn naam had gegeven aan de sport, wegens de treffende gelijkenis met het desbetreffende racket. Dat is helaas niet zo.


C


* Sla, croutons, look, parmezaanse kaas, olijfolie, citroenen, eieren en worcestershiresaus. Dat was alles wat Caesar Cardini nog kon vinden in zijn keuken na een drukke 4th of July in 1924. Zijn laatste klanten kregen de Caesar salad in primeur.


* De Siciliaanse aristocratie at vroeger graag goudmakreel of ‘capone’.  Die vis is lekker maar wel een beetje droog, en werd daarom geserveerd met een zoetzure groentensaus. Caponata is het imitatiegerecht van de minder aristocratische Siciliaan, waarin de gouden vis werd vervangen door aubergine, ook lekker en droog. Goed gevonden van die Italianen.


* Harry was een Amerikaan uit de Verenigde Staten die in Venetië een bar begon met Giuseppe. In Harry’s bar kunt u nog steeds aan de toog lurken, zij het met een gevulde portefeuille. Het was Giuseppe die in 1950 voor het eerst carpaccio serveerde, verwijzend naar schilder Vittore Carpaccio, die vaak rood en wit in zijn schilderijen gebruikte, zoals hier tijdens de droom van Sint-Ursula. Zo wordt het werk van die man ook nog eens bekeken.


* Ceviche : over de oorsprong van dit gerecht met gemarineerde rauwe vis is er al veel ruzie gemaakt. Omdat Peru er een nationale feestdag aan heeft gewijd verdienen zij de intellectuele eigendomstitel, toch?


* Cheddar wordt geel gekleurd door anatto, gemaakt uit de vruchten van de orleaanboom. De orleaanboom dus. Ge kunt u afvragen waar al die bomen staan die per jaar anderhalf miljoen ton Noord-Amerikaanse cheddar kleuren.


* De naam zou afkomstig zijn van ‘Jimmy McCurry’, een Ier uit de 19e eeuw die zich inzette voor de Argentijnse onafhankelijkheidsstrijd en die volgens zeggen de eerste was die deze saus zou hebben bereid. Omdat de naam ‘Jimmy McCurry’ moeilijk was uit te spreken door de lokale bevolking werd het verbasterd tot ‘chimichurri‘. Er doen nog andere verhalen de ronde over de oorsprong van de naam, waarvan de meest waarschijnlijke is dat het een verbastering is van de Baskische frase tximitxurri.


* Alexander Choron liet per ongeluk geconcentreerde tomatensaus in zijn béarnaise vallen en zag dat dat nog zo slecht niet was, de Choronsaus was geboren. Dezelfde man maakte tijdens het beleg van de Pruisen in Parijs een nieuwjaarsmenu klaar met consommé van olifant en paté van antiloop (Menu siège de Paris). Hoe maak je van een ongeluk een opportuniteit, les 1 en 2, bedankt Alexander.

 

* De eerste foto’s van de aarde vanuit de lucht en de eerste Franse proefbuisbaby werden gemaakt in Clamart, net ten zuiden van Parijs. Desondanks hebben noch de foto’s, noch de baby hun naam gegeven aan de jaarlijkse stadsfeesten midden juni. Het festival des petits pois herinnert er ons aan dat de beste erwten ter wereld uit Clamart komen. Hoe een erwt een straattheaterfestival wordt? Dat moet u ginds maar eens  vragen.

 

* Toen New York nog Nieuw Amsterdam was, bezaaiden de vers gearriveerde Nederlandse boeren de oevers van de Husdon rivier met heimweekolen. De oerhollandse koolsla veroverde in de volgende eeuwen het ganse nieuwe land, net als de Engelse taal. Amsterdam werd York, koolsla verbasterde tot coleslaw en het zuinige azijn werd vervangen door het exuberante mayonaise ofte geschiedenis ten dienste van het stereotype.


* De bende van de Cordon Bleu was ooit de hoogste orde van de Franse monarchie. Ze stond erom bekend haar leden succulente diners voor te schotelen. Dat inspireerde de Parijzenaars om een koksschool te noemen naar die mannen met blauwe lintjes. De cordon bleu zoals wij hem eten, zou daar zijn geboren.

 

* Van alles wat plet- en vervolgens zeefbaar is, is coulis (colare = zeven) te maken, van framboos bijvoorbeeld of garnaal. De zo verkregen vrij vloeibare substantie verschilt procedureel en consistentieel van puree. Coulissen zijn zo genoemd omdat ze zachtjes kunnen wegglijden, alsof er tussen de speelvloer en de achterste decorstukken coulis wordt gesmeerd, bij voorkeur niet van framboos of garnaal.


* Crème d’Isigny (appelation d’origine contrôlée) is room gemaakt van Noord-Franse koeienmelk. Die beesten staan minstens 7 maanden per jaar in de wind van de oceaan en eten gras, rijk aan mineralige zouten, van weilanden die in de winter overstromen. Je zou van minder lekker worden.


* Edmund Crosse en Thomas Blackwell namen in 1830 een voedingswarenbedrijf over dat voortaan hun naam zou dragen. Ze dachten het pekelwerk van de Engelse huishoudsters te verzachten en een ready made Indian Pickle of picalilly in een pot te steken en op de markt aan te bieden. Immens populair, is die saus die bij ons bekend is gebleven als Crosse & Blackwell. Een fijn voorbeeld van een totum pro parte.


* De crouton verschijnt voor het eerst in culinaire geschriften in Frankrijk aan het einde van de 16de eeuw. Het is erg vreemd dat we pas 6.500 jaar na de uitvinding van het brood, het ook in onze soep gooiden. Wat een tijdverlies.


D


*August Escoffier is de uitvinder van de dame blanche, hij vond dat Boieldieu’s opera’s bijhorende festijnen verdienden, en  de ‘dame blanche’ moest bestaan uit enkel en alleen witte ingrediënten, waar die chocolade vandaan komt dat zouden we eens aan Barry moeten vragen.

 

* Japan, 1908. Tijdens de lunch slurpt Professor Ikeda dashi. In een onbewaakte opwelling vraagt hij zich af waarom dashi naar dashi smaakt. Na extractie, evaporatie, precipitatie en cristallisatie (niet noodzakelijk in die volgorde) van zeewier, een van de hoofdingrediënten van dashi, ontdekt hij C5H9NO4, de formule voor Umami (“umai”=”delicieus”), de vijfde basissmaak. Een overpeinzing tijdens de lunch heeft ons smaakpalet met een vierde uitgebreid. We moeten allemaal meer lunchen (deductie).


* “Als ‘t bos nie ruikt naar ajoin, is’t met de winter nog nie gedoan.” Daslook (stinking lilies) is een bosplant en een das is een bosdier, in Duitsland en Frankrijk heet het berenlook, ook de meeste soorten beren zijn bosdieren. Etymologie op zijn eenvoudigst. Alhoewel, bosajuin is ook een schoon woord.


* Adolphe Dugléré was een leerling van Carême, ‘s werelds eerste celebrity chef. Adolphe zelf was ook niet ongeliefd en zou na jaren bij de Rothshilds in het bekendste restaurant van de 19de eeuw werken. Hij noemde verschillende van zijn creaties naar zijn klanten: Pommes Anna, Tournedos Rossini, Poularde Albufera of nog Potage Germiny. Maar het beste kwam aan hem toe, de Sole Dugléré was en is zijn plat de résistance. Merci Adolphe!


E


* Al-sikbaj, een Middeleeuws Arabisch gerecht, tekende present in alle destijdse kookboeken. De Spanjaarden konden de Moorse keuken wel smaken, iets minder de Moorse taal. Al-sikbaj werd escabeche maar bleef voedsel (“ba”) dat werd verwerkt met azijn (“sik”). In Arabische landen verdween het gerecht, maar de Spaanse erfgenaam veroverde de rest van de wereld en lag mogelijk aan de oorsprong van de Zuid-Amerikaanse ceviche en Noord-Amerikaanse aspic (food-jelly). Over dat laatste hoeven ze niet op te scheppen.

Charlene’s birthday Aspic – Alan McCormick


* Erwten à la Bonne Femme zou verwijzen naar een bereidingswijze die simpel is klaar te maken met ingrediënten waarvoor ze niet naar de winkel moest. De Franse huisvrouw had volgens die logica steeds lardons en kleine ajuinen in haar schap liggen. En de grootmoeders, die goten overal wijn bij, ook lekker.


F


* Fregola is het lekkere neefje van couscous. Als bijvoeglijk naamwoord wordt fregola vertaald als ‘bronstig’. De pasta wordt al

eeuwen in Sardinië gemaakt door griesmeel licht te bevochtigen, uitvoerig te strelen (fregare) en even te toasten. Mochten de Sardijnse mannen minder uit varen waren geweest, hadden we de pasta wellicht nooit gekend.

 

* Volgens de Schotten was het een Belg, Edward De Gernier, die onze friet in Schotland voor het eerst als chips verkocht. Het principe om vis te frituren kwam van Spaanse en Portugese inwijkelingen, die hun gedroogde vis weer lekker probeerden te maken. Door snelle verbindingen tussen zee en land werd gedroogde vis, verse vis, maar het procédé werd behouden. Dat de fish & chips samen in één kraam eindigden is een der meest winstgevende toevalligheden van onze culinaire geschiedenis.


* “no bones, no waste, no smell, no fuss” – veel reclame, diepvriezers, en grote hompen bevroren vis, de fishstick (of fish fingers bij de Britten) is een vroeg product van marktcreatie. De hoge frequentie aan Captain Iglo-wissels tijdens de laatste tien jaren is daar een hedendaags vervolg op. Voor het eerst is dat nu geen Brit, maar zowaar een Italiaan (weer boze Brexiteers).

 

* (Handgesneden) frieten zijn uitgevonden in België. Toen er in een Naamse rivier geen kleine vissen meer waren om te frituren, kwamen ze daar op het idee om patatten in repen te snijden, alsof het visjes waren. Dat bleek en plus lekkerder. Die machinaal gesneden flauwe doorslagjes van de Belgische friet, die ze bij een bepaalde keten zelfs besuikeren om ze goudgeel te krijgen, mogen ze van ons part gerust French fries noemen.

 

G


*In de jaren ’50 bedachten Roger & Maria dat ze hammen konden drogen met zeezout in plaats van nitrieten. Dat leverde hen iets meer rotte hammen op tijdens het proces, maar diegene die wel gelukten, waren erg lekker. Een hit in hun slagerij in Wetteren. Ganda Ham komt van Wetteren. Ach ja, dat ligt ook aan de Schelde.

 

* 7 op de 10 garnaalkroketten ter wereld zijn gemaakt in België en daarvan eten we de meeste zelf op. Vandaar dat we ze ook het beste kunnen eten: open snijden, eventjes wachten, eventueel wat blazen, niet te grote stukjes in de mond, genieten. Niet: stuk afsnijden, in de mond steken, willen uitspuwen wegens te heet, verhemelte verbrand wegens niet goed uitspuwbaar, wenen (meestal “grienen”).

  

* Gazpacho bestaat al van voor de jaren werden geteld, maar dan zonder tomaten. Verkruimeld brood, azijn, olijfolie en look, nauwelijks een gerecht, fragmenten (caspas) van het goedkoopste eten, verzameld ter verzadiging van arme Spaanse magen. De Azteekse tomaat, de Amerikaanse mixer en diepvries, de Costa Blanca en de wereldtentoonstelling van Sevilla  maakten van de soep een wereldhit. Waarom de Portugezen in 2013 met 5.000 liter de grootste Gazpacho maakten, blijft een mysterie.

 

* In het Franse zuidwesten doopt men kinderen door hun lippen in te smeren met verse look en hen wijn te laten opsnuiven. Ook koning Henri IV ontving deze inleiding tot het bon-vivantisme. Het is dankzij hem dat geconfijt vlees verhuisde van de boerentafel naar de royale dis, ofte bewaartechniek wordt lekkernij. Maar ga nu niet meteen diepvrieskroketten oplekken.

 

* De gehaktbal is een culinaire universaliteit. Overal ter wereld dachten mensen dat het een goed idee was om vlees te vermalen en er een bol van te maken. Hoe armer de mens, hoe minder vlees. Hebben we hier net een nieuwe archeologische discipline verzonnen? Eten is weten.

 

* In de veertiende eeuw kon je in Gent een gans schaap kopen met enkele gemberstukken. De wortel is afkomstig uit India, maar groeit nu in alle subtropische gebieden omdat er geld mee te verdienen was, maar ook omdat de plant een niet onaardige bloem voortbrengt. Die staan waarschijnlijk heel schoon naast de infinity pool. Wie wil op reis?


* Tijdens het maken van appeltaart placht Marie Ana (Granny) Smith steeds haar klokhuizen door haar venster te smijten. En aan die pit daar kwam een boom een reuzeboom , een pracht van een boom, oh mensen wat een boom was dat. En aan die boom daar kwamen appels met een friste die men zelden had geproefd. Alle Granny Smithbomen zijn rechtstreekse stekken van die boom, omdat men niet weet welke rassen (vermoedelijk tam Frans met Australisch wild) zich in deze appel hebben gekruist. Oma’s en appels, altijd een goed verhaal.


*Gremolata is een mengsel van citroenzest, peterselie en knoflook. Verder dan dat het van het Lombardijnse woord voor kneden zou zijn afgeleid, wordt het door de internetetymologisten niet als een erg interessant subject ervaren. Wat een mooie woordengremolata: “verder dan dat het van het”.


* Griekse yoghurt is als een Franse friet, gepikt van de buren. Het waren de voorouders van de Turken die de yoghurt hebben uitgevonden en hoogstwaarschijnlijk was die oorsponkelijke variant meer verwant met de huidige gestremde Griekse yoghurt dan met onze standaard zoete potjesyoghurt. Zeggen we dan Turkse yoghurt of gewoon yoghurt? En wat doen we met die potjes?

*Gruyère is een kaas die genoemd is naar de Zwitserse stad Gruyères.
Voor het kanton Fribourg is Gruyères een van de belangrijkste toeristische trekpleisters. Het stadje ligt boven op een heuvel en is omgeven door een stadsmuur. Het 12e-eeuwse kasteel is, naast de kerk Saint-Théodule uit de 13e eeuw, de blikvanger. De huizen binnen de muur stammen over het algemeen uit de middeleeuwen. Het gehele jaar door vinden er festivals en andere culturele evenementen plaats.


H


* Hangop is wat blijft zitten in een opgehangen neteldoek als je er yoghurt in giet en enkele uren wacht. Een neteldoek is een grof geweven doek dat kan dienst doen als zeef. Nu van linnen, bestond het vroeger uit netelvezels. Deze had u zelf kunnen vinden.


* Hollandse maatjes * heetten oorspronkelijk Hollandse maagdjes, omdat die jonge vettige visjes nog geen kuit bevatten. Wanneer deze puriteinse verbastering precies heeft plaats gevonden, weten we niet. Wel dat het op 13 juni in de Scheveningse haven Vlaggetjesdag is, om de blijde intrede van die duizenden maagden te vieren. Zo weet u meteen ook waar de decoratie van menig viswinkel vandaan komt.


*De hondshaai wordt soms verward met de kathaai, werd vroeger overboord gesmeten wegens niets waard en nu verkocht als zeepaling. Het is nochtans de meest voorkomende haai uit onze zee. Zijn onbemindheid heeft er wel voor gezorgd dat hij vooralsnog niet bedreigd is. Schrokken zonder schroom dus.


J


* In het Londen van de 19de eeuw waren jacket potatoes (patatten geroosterd in hun vel) een  verwennerij voor de arme luizen, toen zowat een derde van de bevolking. De groente, die 100 jaar eerder nog onpopulair was door haar afwezigheid in de bijbel, veroverde in die eeuw gans Europa en is sindsdien erg populair gebleven. Naast de baksteen, ligt ook in de Belgische maag steevast een patat.


* De Jonagold werd in 1953 geboren in New York uit Jonathan en Golden Delicious. Jonagoldpollen zijn steriel, de boom heeft pollen van andere appelbomen nodig om vruchten te groeien. Jef De Coster, een legendarische fruitfiguur, bracht de appel naar België.Ons land is nu de grootste producent van de sappige bastaard in Europa.


K


* Bij het klaarmaken van kalfsblanquette laat men noch de boter, noch het vlees bruin worden, een champignon mag erbij, een wortel vinden sommigen al gewaagd. Wat begon als een gerecht exclusief voor de bourgeoisie in de 18de eeuw, is hét populairste gerecht in Frankrijk geworden. De entrecôte, taai vlees voor de boeren van weleer, is de hedendaagse plat préféré van de hogere klassen. Over smaken en kleuren kan men niet discussiëren, maar smaken veranderen en oranje is nog steeds geen wit.


* De kapper, dat is de knop de bloem van de kapperplant of vlinderroos. De appelkapper is de bes van de bevruchte kapperbloem. De struikachtige heeft zich gespecialiseerd in droge en arme gronden, in die mate dat ze ook historische monumenten bedreigt. Een ideetje misschien voor een aantal niet historische gebouwen?


* Koolrabi is afkomstig van de wilde kool, de voorganger van zowel spruiten, bloemkool als broccoli. Ondanks het buitenaardse uiterlijk is de kool die op een rabi (Zwitsers Duits voor biet) lijkt, een Europees gewas. Erg caloriearm en een uitstekende inspiratie voor veganistische verkleedpartijen.


* De koolvis is familie van de kabeljauw, maar met een zwarte mondholte, waarschijnlijk dachten ze vroeger dat die kolen at, die rare vis. En dat haasje? Toen ze nog haas aten, vonden ze dat zo lekker dat ze dat zijn beginnen gebruiken voor het beste stuk van een varken of een vis, die rare mensen van vroeger.


* Bij de verdeling van een koe moet het ene stuk de staart bevatten en het andere de kraaiensteak. Het is een uitzonderlijk smaakvol stuk verbonden met de “craeye”, het middenrif van de koe, 1,5kg grof gevezeld spierweefsel dat de long helpt bewegen. Door de afwezigheid van tandenloze malsheid vaak in de slachtafvalemmer gegooid, of in  de monden van slagerskinderen.


 * Een krielaardappel is kleine aardappel en een krielhaantje is een kleine haan. Een krielenier neemt zijn of haar krielhaan mee naar wedstrijden om er te vechten tegen andere krielhanen. Met een krielaardappel is dat bijzonder moeilijk.

 

L

* Een langoustine is een kleine kreeft, een Noorse. Een langoest lijkt op een grote kreeft, zonder scharen, maar is er geen. In het Italiaans heet een langoustine een scampo, maar wat je in Belgische scampi-gerechten vindt, is meestal een grote garnaal, zonder scharen, dus geen kreeft. Scampo, scampi, scampi’s, scampiets, scampietsen – Vlaamse meervouden zijn schier even ingewikkeld als de familie der kreeftachtigen.


* De linze produceert lensvormige zaden, tot zover de etymologie. “Caviar des pauvres”, rijk aan proteïnen en mineralen, staat dagelijks op het menu van honderden miljoenen mensen. De plant drinkt weinig, verrijkt de grond en produceert haar eigen meststof. Je wordt er waarschijnlijk ook heel erg slim van.

* Luikse salade, café Liégeois, Luikse wafel, boulet à la Liégeoise, Luikse siroop: mocht de grootte van een stad worden afgemeten aan haar culinaire erfdienstbaarheid, dan was Luik een metropool en New York een dessertgehucht ergens tussen de krottenwijken little Germany en little Holland.


* Luikse siroop wordt al eeuwen gemaakt in het land van Herve als een soort van bewaringsmethode voor fruit (7 kilo fruit voor 1 kilo). De iconische tekening op een pot “echte Luikse siroop”, een perenboomgaard in bloei, werd gemaakt door de Brusselaar Jean-Léon Huens. In 2002, 20 jaar na zijn dood, werd hij bijgezet in de hall of fame of the society of illustrators in New York.


* A la lyonnaise betekent dat er fijn gesneden ajuin in uw gerecht zal zitten. De keuken van Lyon werd een eerste maal opgewerkt toen Catharina de Medici Florentijnse koks importeerde om haar Franse leven smaakvoller te maken. Een tweede maal toen “les mères de Lyon” hun dienstkeukens ontvluchtten en bistro’s openden, zowel hun kookstijl als hun publiek waren een mix van volkse en bourgeoisie-elementen, en van ajuinen waarschijnlijk.


M


* La Merguez behoort tot de worstenfamilie, een van de oudste geprepareerde vleeswaren der mensheid. Wat begon als een maag opgevuld met geroosterde ingewanden, prolifereerde zich, in een lekkerdere uitgave, over ontelbare culturen in evenzovele variaties. La Merguez vond haar weg op de Belgische BBQ via Noord-Afrika of Andalousia en zou afgeleid zijn van het Algerijns Arabische “am rguaz”, “zoals de man”. Dat lijkt ons een erg plausibele vooronderstelling.


* Mierik is genoemd naar het stuk van de plant dat we niet zien: radijs die langs het water staat. Het orakel van Delphi raadde Apollo al aan om Mierikswortel in zijn dieet op te nemen, en ook nu ziet menig voedselgoeroe in de mierikswortel een middel voor elke kwaal. Rauw kauwen bij uw volgende sinusvalling bijvoorbeeld. Dan heeft u meteen nog eens goed kunnen uithuilen ook.

 

* Mimolette, een culinair unicum? Misschien wel het enige dat de Fransen hebben gekopieerd hebben van de Hollandse keuken? Toen Colbert in de 17de eeuw besliste dat Fransen enkel nog Frans mochten kopen en eten, werd mimolette de vervang-edammer. Het rood van de orleaanboom kleurt de franse kopie om het verschil met de Hollander duidelijk te maken. Orleaan, genoemd naar Francisco de Orenallana, Spaanse veroveraar die al eens terecht werd aangevallen door Native Americans, die de kleurstof op hun gezicht smeerden. Reis rond de wereld in 80 woorden, zo bent u ook even weg geweest!



* Minestrone heeft geen vast recept. U voegt toe naar gelang hetgeen u in uw keuken vindt. Het woord is afgeleid van het Latijnse ministrare: bedienen, opdienen, zorgen voor. Diezelfde stam heeft ons ook het woord ‘minister’ opgeleverd. We gaan hier geen flauwe grapjes over maken.


* Worst uit Morteau is een luxe-saucisse met een IGP ofte Indication Géographique Protégée. Het dorp Morteau ligt in Franche-Comté aan de grens met Zwitserland en is bevolkt met boeren-horlogemakers. Ze roken de varkensworsten gedurende 48 uur op zaagsel van dennennaalden en jeneverbes. Off season zijn ze om de tijd te passeren begonnen met het maken van horloges. Laat ons de UNESCO daarover inlichten.


* Heeft u het nog gezien, de uitbeelding van de parabel van het mosterdzaadje, vooraan in de kerk, gebracht door twee amper uit het zaad geschoten kinderen. Een traan is nooit ver weg als u eraan terugdenkt, of u er nu op zat te kijken of zelf met uw mini-armen in de lucht stond te waaien. Zo mals is mosterdsla.


* Soep was een ongekend culinair concept in India, tot een Engelse kolonisator met heimwee zijn Tamilslaaf beval iets van dien aard te koken. Die laatste lengde een Indisch currygerecht aan met water, and voila, Mulligatawny ofte “peper-water” werd voor de eerste maal gegeten. Het gerecht werd door ex-kolonisatoren met heimwee in het thuisland geïntroduceerd en door Indiërs aldaar opgenomen in het canon van de overzeese Indische restaurantcultuur. Soepsoep.


N


* In de baai van Pylos, sinds enkele jaren de nieuwe naam voor “Navarin“, werd de laatste zeeslag met zeilboten uitgevochten. Het zou daar en op dat moment zijn dat een Franse legerchef voor het eerst een ragout stoofde met lam en veel rapen of “navets”. Ze hebben toen naar verluidt eens goed moeten lachen omdat die woorden zo op elkaar geleken. In tijden van oorlog is veel grappig.


O


* Ossobuco betekent ‘been met een gat erin’. Sommige mensen vinden dat gat het lekkerste stuk.


P


* Paneren doet men met chapelure, dat is gechapeleerd of geraspt brood. Een Franse bakker met ongediagnosticeerde dwangneurose verzamelde in de 16de eeuw al zijn kruimels en mengde ze met eiwit om het mengsel vervolgens te bakken. Sindsdien hangt het rond alle mogelijke voedingswaren. “Breading” zoals het in het Engels heet, is tevens een online rage, waarbij men de kop van een kat decoreert met een snede brood. We vermoeden dat daar geen wereldwijd culinair succes zal op volgen. (google search “breading” > pictures > lachen)


* De parelhoen behoort tot de familie der poelepetaten, afgeleid van het Franse poule-pintade. Wat dan weer is afgeleid van het Portugese pintar, wat schilderen betekent. Een geschilderde kip dus, dan klinkt parelhoen toch chiquer.

 

* Melanzana alla Parmegiana is niet zo genoemd omdat er parmezaanse kaas tussen de lagen aubergine (melanzana) zit. Parmigiana di melanzane is de minder bekende, maar correctere naam. Parmiciana is het Siciliaanse woord voor de latten van een jaloezie of finestra persiana, zinnespelend op de horizontale structuur van het gerecht. We weten nu ook dat de persiennes van ons oma eigenlijk Iraanse vensters zijn.


* Pasta puttanesca betekent “pasta à la prostitué”. Naar verluidt kookten de sekswerkers in Napels dit gerecht om mannen naar binnen te lokken. Bij ons zijn ook de vrouwen welkom.


* Pastinaak, onkruid voor de vrienden uit de USA, net niet vergeten groente voor ons. De wortel werd door de Romeinen tot bij ons gebracht en gedijde hier beter dan aan de Mediterranée. De Oude Romeinen dichtten de wortel lustverhogende kwaliteiten toe, de Nieuwe Romeinen voederen de pinksternakels vooral aan hun parmavarkens. Lekkere lusthesp!


* “Quand je n’ai pas de bleu, je mets du rouge”. We speculeren dat het pragmatisme van Picasso de Genste kaasmakerij het Hinkelspel heeft geïnspireerd voor de productie van de eerste ambachtelijke blauwe kaas van het roqueforttype. Men voege rauwe biologische koemelk, zuursel, stremsel, zeezout en de penicillium roqueforti bacterie samen en 6 maanden later krijgt u kunst in de mond.


* Pêche de vigne is een verzamelnaam voor types laatrijpe pêchen. De boom is gevoelig aan meeldauw en werd door de wijnbouwers tussen hun gaarden geplant als schimmelalarm. Ze is niet bijzonder geliefd voor verkoop omdat ze een beperkte houdbaarheid heeft. Weinig aantrekkelijke eigenschappen voor de organisatie van de Miss & Mister Pêche de Vigne verkiezing.


* Het beste stukje koe volgens de Brazilianen en andere vleeslievende Zuidamerikanen. Picanha zit onder de plaats waar de koe wordt gebrandmerkt (afgeleid van het Spaanse “donde se pica la aña”), zie nummer 8. Wie de andere stukken in het Portugees kan benoemen zonder hulplijn, awel, bravo!


* Hoewel de mensen al 4.000 jaar aan “pickling” doen, is pickles afgeleid van het Nederlandse “pekelen”. Waar nu Brooklyn ligt, kweekten de vers gearriveerde Nederlanders komkommers, die ze vervolgens in zeer zout water pekelden en aanprezen als een delicatesse. Alvast één bijdrage aan de culinaire wereldgeschiedenis van onze noorderburen. Wordt vervolgd, allez, dat denken we toch.


* Pocheren betekent letterlijk (de dooier) “in een zak steken” (van eiwit), van het Franse poche. In niets verbonden met pochen, dat voorkomt uit het Germaans voor beuken en slaan. We scheppen liever op uit een Franse dan een Duitse pot.


* Lang geleden, toen Frankrijk nog een troon had, werd de opvolger van de troon “le Dauphin” genoemd, zijn vrouw “la Dauphine”. De Pommes Dauphine zouden zijn ontstaan toen de Dauphin te laat terug was van het werk en de kok zijn aardappelgerecht stillegde om het bij terugkeer van zijn baas terug in de pan te gooien. Mooi verhaal, volgens ons konden de kinderen van de Dauphin verrassend goed koken.


*Anna Deslions, een van de bekendste courtisanes van Frankrijk, zou met 3 koningen, 12 keizers, 18 prinsen en 2 prinsessen haar lakens hebben gedeeld. In Café des Anglais, het restaurant to be in het Parijs van 1870,  disponeerde ze over een privéruimte, inclusief bed en wekdienst voor haar disgenoten. Een heet patatje, vond ook kok Adolphe Dugléré (ja, die van de saus) en schonk haar naam aan zijn aardappelgebak, pommes Anna.


* Ponzu is een Japanse saus op basis van azijn (-zu) en citrus. Het woord is afgeleid van het ondertussen verdwenen woord “pons”, het huidige “punch”, azijnpunch dus. Ponzu is een van de 160 woorden die door de Nederlanders het Japans zijn binnen geloodst, net als “doronken” (dronken), “hisuterii” (hysterie), “moruhine” (morfine) en “korera” (cholera). Netjes.


* De Portobello is een gewone witte champignon, maar dan in het bruin en (te) laat geplukt. Van pariapaddenstoel bij Italiaanse kwekers in de Verenigde Staten, groeiden ze, dankzij goede marketing, in de jaren ’80 en ’90 uit tot culinaire fashion. De champignon zou zijn naam hebben gekregen van Portobello Road, een straat met aanzien in London, op haar beurt genoemd naar de Engelse overwinning op de Spanjaarden bij Puerto Belo in Panama. En nu zomaar te krijgen in een lunch in België, fantastisch toch.


Q


* Zoute kuche werden in de Elzas geserveerd in de cafés, ter verhoging van de dorst. De Elzas werd Frans en daar de Frans vreemde talen spreekt alsof ze Frans zijn, werd kuche eerst kiche en dan quiche. Ondertussen is de quiche veel meer dan een koek, maar dorst krijgt ge er nog altijd van.


* Quinoa is een pseudograan, meer verwant met spinazie dan met korengrassen. Het Zuid-Amerikaanse boerenvoedsel van weleer is nu – dankzij zijn eigen interessante voedingswaarde en gezondheidsgoeroes aller landen – vier maal duurder dan rijst and ligt op het bord van elke zichzelf respecterende middenklasser. In de USA wordt gesuggereerd dat quinoa de natie minder obees kan maken. Recepten voor quinoapizza, -burgers en cheese balls zijn gelukkiglijk al voorhanden.


R


* Radijs in het Italiaans is ravanello. Radicchio is dichte familie van het Belgisch witloof. Het was de ingeweken Gentenaar Francesco Vandenborre, die in 1860 in Treviso op het idee kwam om de plant tijdens de laatste groeifase zonder licht te zetten, zodat al het groene pigment verdwijnt en enkel de rode kleur overblijft. Het aanzien dat Vandenborre met de witlooftruc verwierf, straalt nog altijd af op het tuinbouwbedrijf van zijn achterachterkleinkinderen.


* Ras el hanout zijn kruiden van de bovenste plank. Het betekent letterlijk “het beste van de winkel” en elke specerijenverkoper maakt zijn eigen joli mix, geen twee hanouts zijn gelijk. Op aanvraag wordt hash toegevoegd, maar dat gaan wij niet doen, denken we.


* Als je het wel kan schudden, zit je flink in de rats. Rats, zoals in de vernederlandsing van ratatouille, van het Franse dialect ra- en tatouiller, in het Nederlands schudden. Mooi toch, als het wiel de volle cirkel maakt.


* De rattepatat groeit aan een plant die een matige opbrengst heeft en weinig resistent is tegen ziektes. Dankzij zijn fijne kastanjesmaak en dunne schil werd de muisvormige aardappel in 1962 heropgevist door twee boeren in Le Touquet-Paris-plage en maakte hij zijn culinaire rentrée in 1986 door de grote poort dankzij een recept van wereldchef Joël Robuchon. Vandaag produceren 7 boerenfamilies La ratte de Toucquet, het blijft de kleine muis onder de aardappelen.


* Regels, abstracties die ons samenleven leefbaar maken, zo onmisbaar dat ze aanzetten tot semantisch veelgebruik. Rillettes, oorspronkelijk afgekookt van de varkensruggegraat (zo recht als een règle of reille) in de herfst, zorgden voor lekkernijen in de winter, zo smakelijk dat ze de uitvinding van de diepvries overleefden.


* “Son la mondina, son la sfruttata”. In elke risotto zit een klein beetje Mondina, werkster in de rijstvelden van het Italië eind 19de begin 20ste eeuw. Amper betaald voor extreem zwaar werk.  Verboden om te praten, zongen ze hun verzuchtingen. Ze zongen zichzelf naar een sociale strijd en de eerste CAO gebaseerd op de 8-uren werkdag. Italiaanse blues heeft het niet opgeleverd, maar wel “Bella Ciao”, het mooiste verzetslied ter wereld en bijna even bekend als de Italiaanse rijsttopper.


* 0, 1, 1, 2, 3, 5, 8, 13, 21, 34, 55, 89, 144, 233, 377, 610, 987, … De rij van Fibonacci ordent onze natuur, van melkweg tot romanesco. Telescoop en microscoop kijken in wezen dus naar dezelfde dingen. Vlug opeten die kool, voor we er gek van worden.


* Rouille ofte “roestig” is de enig mogelijke Bouillabaissesaus. Veelal onterecht ondergebracht bij de mayonaises, is deze saus eerder een aïolie, gestampt, en niet geklopt. De saus is honderden jaren geleden onstaan, toen peper nog exotisch was en saffraan nog peperduur(der). Hoe die rijkeluizensaus en het armoegerecht in een mariage zijn geraakt is vast een vettig verhaal.


* De Griekse liefdesgodin Aphrodite werd geboren uit het schuim van de in zee gevallen genitaliën van Uranus. Die had Kronos, zijn zoon, eraf gesneden op vraag van zijn moeder. De tijdloze schone schreed met een rozemarijnkrans uit de golven en smeet bij haar eerste rustpauze op aarde, haar blauwe jas op een onachtzame struik van hetzelfde kruid, dat zich graag in de buurt van een zee nestelt (ros marinus – dauw van de zee). Alle rozemarijnbloemen kleuren sindsdien blauw. Een beetje het blauw van die andere zeegodin Iemanja, de moeder van alle Yoruba Orishas, of van de heilige Maria, moeder der moeders. Rozemarijn, in de jaren ’30 een koosnaam voor Maria’s, is een en al liefde: goddelijke, ordinaire, heilige, oogverblindende, en diep geile liefde.


* Notensla, raketsla, rucola, samesame. Werd de kweek van de snel doorschietende plant in de Middeleeuwen nog verboden in abdijen wegens te aphrodisiërend, zaaide een Nederlandse astronaut in 2004 raketkorrels in zijn ruimtestation (“Seeds in space“). Blijkt dat planten de zwaartekracht nodig hebben om rechtop te groeien. De NASA beweert geen weet te hebben van seksuele activiteiten in de ruimte.

 

S


* Saltimbocca, is het enige officieel gedeponeerde gerecht in Italië, vastgelegd in Venetië in 1962. Het zou al in de monden (bocca) van de Oude Romeinen zijn gesprongen (saltare) maar werd voor het eerst vermeld in recept n° 222 van “La scienza in cucina e l’arte di mangiar bene” van Pellegrino Artusi. Zo zou het smaken mocht ook vakantie kunnen springen.


* 1 scampo – 4 scampi – scampi’s zijn dan erg veel scampi. In de jaren ’60 vingen ze er zoveel per ongeluk dat de Italiaanse chef ontwikkeling van een Brits visbedrijf er een gerecht voor uitvond. Van een populair cafégerecht in Engeland schopte de scampo het tot favoriet in Europa en daarbuiten. Op 29 april vieren de inwoners van de USA de National Shrimp Scampi Day, dat is misschien weer wat overdreven.


*De schelvis zwemt van de Golf van Biskaje tot in de Scandinavische wateren en wordt zo genoemd omdat zijn vlees in schellen ligt. In het Russisch noemen ze hem “uit lagen bestaande kabeljauw”. De Fransen verbasterden schelvis van esclefin naar esgrefin en aigrefin tot aiglefin ofte “fijne arend”. Dat is ook een elegante naam.


* Shiitake is een boomchampignon. Het is Japans voor paddenstoel die op een soort eik groeit en je spreekt het zo uit. Hij wordt al meer dan duizend jaar gekweekt in Japan, China en Korea door een boom om te hakken en die naast een boom te leggen waar al shiitake op groeit. In Nederland doen ze dat gewoon op zaagsel.


* Kabeljauwen wonen in de Barentszzee. Omdat het water daar te koud is om kinderen te maken, zwemmen ze een keer per jaar richting de meer zuidelijke Noorse fjorden. Eerst gaan de vrouwvissen, daarna de mannen. Een kabeljauw die wordt gevangen terwijl hij/zij op vrijerspad is, wordt ‘skrei‘ genoemd ofte ‘reiziger’ in het Vikings. Lekker stevig die hete donders.


* Sliptongen zijn geen tongen die zich graag inwrijven met slib, maar zijn tongen die klein genoeg zijn om door de mazen van het net te slippen; maar hoe worden ze dan gevangen?


* Sluimererwten zijn erwten die nog geen erwten zijn en waarvan de peul wordt opgegeten (on mange tout). Dat het geen erwten waren, dat vonden ook de Australiërs toen ze voor het eerst werden geconfronteerd met de Chinese groente: “S’no peas!”. Snow peas, werden het later. Zou scheenbeen ook komen van “s’geen been”?


* De snijbiet sierde ooit de paleistuinen van Babylonische vorsten en is daarmee de oudste aller bieten. Van deze biet eet je enkel het blad en de rode, gele of witte stelen. Een al lang gestorven plantenspecialist uit Mechelen beweerde dat je met het sap van de snijbiet oorsuizen kan wegdruppen. En nu komt een grapje met geen blad voor de mond nemen, Babylonische spraakverwarring en een geneesmiddel tegen oorsuizen. Of toch maar niet.

 

* Niet zo heel lang geleden, toen diepvriezers nog niet bestonden, kregen groenten de naam van de plaats waar ze geteeld of verkocht werden: Asperges d’Argenteuil, Hamburg parsley of choux de Bruxelles. Die laatsten zouden in de 12de eeuw vanuit Mediterranië naar het Brussels ommeland zijn gekomen. Maakten ze rond 1800 in Charles Marshall’s Plain and Easy Introduction  to Gardening eerder furore als sierplant, werd de spruit decennia later wel populair op het bord. Af en toe ruik je ze ook nog in Brussel.


Volgens het Genootschap Onze Taal is ‘stoempen’ een wielerterm. Wie stoempt, fietst puur op kracht en doorzettingsvermogen. Het van oorsprong Vlaamse stoempen heeft dezelfde oorsprong als stampen: ‘de voet met kracht neerstoten’. Wie stoempt, stampt op de pedalen, wie niet stoempt, zit in de puree.


T


* Sommigen geloven dat de Tataren (een van oorsprong Mongools volk) met een grote lap rauw vlees onder hun zadel reden, zodat ze het des avonds zonder te bakken konden verorberen. Van een hogere waarschijnlijkheid is de theorie dat steak ‘tartaar’ een naamkundige folie betreft van een frivole restaurantuitbater. Binnenkort een ‘sauce faim fatale’?


* Bakken en olie behoorden niet tot het vleesloze Japanse kookcanon, tot de Portugezen hun culinaire vettigheden op het eiland introduceerden.  Tempura ofte etenswaren van een deeglaagje voorziet alvorens ze in het vet te gooien, werd danig gejapaniseerd en geweldig populair. Dat het Japanse danku ‘arigato’ afkomstig is van het Portugese ‘obrigado’ is daar volgens ons causaal mee verbonden.


* Tomate crevette, een oeroude klassieker, zo lijkt het wel. En toch keek menigeen met enen aardigen blik toen ze voor de eerste communie van Georges zijnen jongsten in 1961 een tomaat opgevuld met beesten tussen de koude plat vonden (een beetje gelijk wij naar meelwormburgers kijken in de GB). De boerinnenbond zou het pas in 1971 in ons kookboek opnemen.


* Niet gewend aan de pikante kruiden van het Indische subcontinent, blusten de Perzische veroveraars hun spijzen met yoghurt en komkommer. Deze raïta palmde via de Ottomanen ook het Griekse schiereiland in onder de naam Tzatziki. Tevens de naam van het half-Griekse hoofdpersonage van de gelijknamige Zweedse film, gespeeld door een in Roemenië geboren kindster. Ganz internazional!


U


* Hoofdvlees/kaas wordt overal gemaakt waar niets verloren mag gaan. Afgekookte varkenskop, al dan niet ‘geprest’ en gesneden. De Gentse variant uufflakke is onsterfelijk geworden omdat hij de lekkerste is, het wijst is om uit te spreken en door drommen niet-Gentenaren wordt gegeten aan het Botramkot op de kasseien van de Vlasmarkt tijdens de Gentse Feesten. Ergens tussen dag en nacht en tussen weten en niet meer weten. UUFFLAKKE!!!!


V


* Veldsla of ezelsoor is familie van Kamperfoelie, maar eens in bloei worden de bladeren minder lekker. Vroeger onkruid tussen het graan was veldsla au plus wuftig veevoeder, tot de tuinman van Louis XIV de bladeren een upgrade vermocht. Frankrijk voorziet vandaag in de halve Europese veldslabehoefte. Veldsla lijkt niet op een ezelsoor.


* Ceci n'est pas une soupe. Velouté is en consommé die superzacht wordt door te binden met room en eierdooiers. Al is dat volgens sommigen eerder een crème. Het is toch een soort van potage, maar zeker geen moulinée (echt zalig, die Franse grondigheid als het op eten aankomt). Velouté zou voor het eerst zijn gemaakt door Jeanne Dubarry, de laatste maîtresse van Louis XV, ze maakte haar bloemkoolsoep zo zacht met crème fraîche, dat ze eruit zag als velours, of volgens sommigen ook zoals haar wangen. Die verwijzing heeft het niet gehaald in het culinaire woordenboek.


* Zeus maakte Dionysos tijdens een buitenechtelijk momentje. Hera, de vrouw van Zeus, vond dat minder leuk en beval enkele Titanen de kleine op te eten. Dat deden ze, maar niet voor hem uit te lachen door hem een venkel als scepter in zijn handen te steken. Zeus naaide het onopgegeten hart aan zijn been en daar kwam enige tijd later een nieuwe Dionysos uit. De venkelscepter bleef hij houden en werd sindsdien een symbool van vruchtbaarheid. Wie vindt dat nu uit zo’n verhalen?


* ”Canada is the vichyssoise of nations – it’s cold, half French and difficult to stir” (J Stuart Keate). Vichyssoise wordt koud gegeten, is (her)uitgevonden door een Franse chef voor het Ritz hotel in New York en de gemixte prei maakt het inderdaad wat moeilijk om in te roeren. Maar hebben de Canadezen ook smaak?


* Vitello tonnato stamt uit de tijd dat noch Frankrijk, noch Italië een vaste vorm hadden aangenomen. Fransen zeggen dat tonnato afgeleid is van “tanné”, gebruind kalfsvlees. Italianen beweren dat tonnato oorspronkelijk wil zeggen dat het kalf gebraden werd alsof het tonijn was. Nadien zou er tonijn aan het gerecht zijn toegevoegd om het meer te doen lijken op de gerechtsnaam. Afwerking met mayonaise gebeurde pas in de 20ste eeuw. Een naamsverandering dringt zich op.


* De vlaswijting kennen we ook als de pollak, dat maakt ons amper wijzer, de herkomst van beide namen is onbekend. Vandaar misschien dat hij in het Frans ook ‘lieu noir’ wordt genoemd. De broer van de vlaswijting wordt gebruikt als kunstkrab in de surimisalades. Weinig prestigieus, die familie, onderschat, des te meer. In de juiste handen wordt de pollak een kabeljauw, maar dan minder vet, een ideale lijnvis.

 

* De vol-au-vent verwijst naar de vidé en niet naar de kip, een kip is niet zo’n goede vlieger. De Parijse bakker wist zijn pasteitje zodanig luchtig te maken dat het kon wegvliegen met de wind. Daar kan Vanessa Chinitor enkel van dromen.


W


* Wagyu betekent letterlijk Japanse koe, maar wordt ondertussen ook gekweekt in Nederland, Canada, Australië en de VS. Wagyu is een verzamelnaam voor vier soorten koeienrassen. Het is niet zo dat het beste vlees komt van de Wagyu die worden gemasseerd, dat gebeurde oorspronkelijk enkel als de runderen te weinig plaats hadden om te bewegen, je bent dus beter af met eentje dat niet werd gemasseerd. Alweer een verkoopstruc ontbonden.


* Leopold II had graag gewild dat de trein van Brussel Noord tot aan zijn paleis in Laken zou rijden. Hij liet grondwerken starten, maar de Koninklijke Halte kwam er nooit. De spoorwegsleuf liep onder water en Netteke Cresson stak er enkele jaren later waterkers in de grond. Die staat daar nog altijd. Andere ideetjes van Leopold II zijn minder prettig afgelopen.


* Wilde rijst is geen rijst, maar een verwant gras. Wilde rijst is niet wild, maar wordt geteeld. Wilde rijst wordt in China niet gekweekt voor de rijst, maar voor de stengels. Wat mooi is, is zelden makkelijk.


* Witloof from Belgium werd voor het eerst  verkocht op de Parijse markt in 1883. Het zou 50 jaar eerder per ongeluk door een Brusselse boer ontdekt zijn toen zijn chicoreiwortels, verstopt in het zand voor de Hollanders, wit loof begonnen te schieten. Tijdens de Eerste Wereldoorlog brachten Brabantse boeren de teelt in hun vlucht mee naar Noord-Frankrijk, nu de grootste witloofproducent van de wereld. Zolang ze het in de USA geen French Love beginnen noemen, vinden we dat ok